RegTech

ESRS-standaarden compleet overzicht 2026: alle 12 normen voor CSRD-rapportage

Igera Solutions
15 de julio de 2026
11 min read
ESRS-standaarden compleet overzicht 2026: alle 12 normen voor CSRD-rapportage

ESRS (European Sustainability Reporting Standards): Compleet Overzicht 2026

De ESRS (European Sustainability Reporting Standards) vormen het verplichte rapportagekader onder de CSRD (Richtlijn 2022/2464/EU). Er zijn 12 ESRS-standaarden: 2 overkoepelend (ESRS 1 Algemene Vereisten, ESRS 2 Algemene Informatieverschaffing) en 10 thematische standaarden die milieu (E1-E5), sociale aspecten (S1-S4) en governance (G1) bestrijken. Bedrijven moeten rapporteren over alle onderwerpen die als materieel zijn geïdentificeerd via de dubbele-materialiteitsanalyse — zowel financiële materialiteit (impact van duurzaamheidskwesties op het bedrijf) als impact-materialiteit (impact van het bedrijf op milieu en samenleving).

Juridisch kader: CSRD en Gedelegeerde Verordening 2023/2772

De CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive, 2022/2464/EU) vervangt de eerdere NFRD (Non-Financial Reporting Directive, 2014/95/EU) en breidt zowel het aantal rapportageplichtige bedrijven als de vereiste detailgraad van de informatie drastisch uit. Waar de NFRD gold voor circa 11.700 grote organisaties van openbaar belang in de EU, strekt de CSRD zich in eerste instantie uit tot naar schatting 50.000 bedrijven, met een latere uitbreiding naar grote niet-EU-bedrijven die actief zijn op de EU-markt.

De ESRS zelf zijn vastgelegd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2772 van de Commissie, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 22 december 2023 en van toepassing vanaf 1 januari 2024. Deze verordening bevat de eerste set ESRS — de sectoragnostische standaarden die gelden voor alle bedrijven binnen de reikwijdte, ongeacht de bedrijfstak. Sectorspecifieke ESRS (voor sectoren met hoge impact zoals olie en gas, mijnbouw, financiële diensten en landbouw) worden ontwikkeld door EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) en zullen naar verwachting door de Commissie worden vastgesteld in latere gedelegeerde handelingen.

Het gefaseerde invoeringsschema onder de CSRD is: (1) Grote organisaties van openbaar belang die al onder de NFRD vielen (circa 11.700 bedrijven), met meer dan 500 werknemers — rapportage over boekjaar 2024, eerste verslagen gepubliceerd in 2025; (2) Grote bedrijven die niet eerder onder de NFRD vielen en die aan twee van de drie criteria voldoen: balanstotaal boven €25 miljoen, netto-omzet boven €50 miljoen, gemiddeld aantal werknemers boven 250 — rapportage over boekjaar 2025, eerste verslagen in 2026; (3) Beursgenoteerd MKB, kleine en niet-complexe kredietinstellingen, captive verzekeringsondernemingen — rapportage over boekjaar 2026 (met opt-out tot 2028); (4) Niet-EU-bedrijven met een netto-omzet van meer dan €150 miljoen in de EU en ten minste één dochteronderneming of bijkantoor in de EU — rapportage over boekjaar 2028. Het ESRS-raamwerk geldt uniform voor al deze categorieën, hoewel de rapportagevereisten variëren op basis van de uitkomst van de materialiteitsanalyse.

Een belangrijk kenmerk van het ESRS-raamwerk is de afstemming met andere internationale duurzaamheidsrapportagekaders. ESRS E1 (Klimaatverandering) is grotendeels compatibel opgezet met de aanbevelingen van de TCFD (Task Force on Climate-related Financial Disclosures), die inmiddels zijn opgenomen in IFRS S2 (uitgegeven door de ISSB in juni 2023). ESRS E4 (Biodiversiteit en Ecosystemen) sluit aan bij de TNFD (Taskforce on Nature-related Financial Disclosures). ESRS S1-S4 bouwen voort op GRI-standaarden (Global Reporting Initiative), met name de GRI 400-reeks. ESRS G1 sluit aan bij de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Deze aansluitingen verminderen dubbel werk voor bedrijven die al rapporteren onder GRI, TCFD of geïntegreerde verslaggeving, maar ze maken een volledige gap-analyse tegen elke ESRS-vereiste niet overbodig.

Assurance (externe verificatie) is verplicht onder de CSRD: beperkte zekerheid vanaf het eerste rapportagejaar (boekjaar 2024 voor golf 1-bedrijven), oplopend naar redelijke zekerheid vanaf boekjaar 2028. De assurance-verlener moet een accountantsorganisatie of registeraccountant zijn — in tegenstelling tot de NFRD, waarbij bedrijven verschillende soorten verificatiepartijen konden inschakelen. EFRAG ontwikkelt in samenwerking met de IAASB de ISSA 5000 (International Standard on Sustainability Assurance), die de basis zal vormen voor CSRD-assuranceopdrachten vanaf 2026. In Nederland is de AFM (Autoriteit Financiële Markten) de toezichthouder die erop toeziet dat rapporterende ondernemingen en assurance-verleners voldoen aan de CSRD-verplichtingen; de AFM houdt daarnaast toezicht op de kwaliteit van de assurancedienstverlening door accountantsorganisaties.

De 12 ESRS-standaarden stap voor stap

  1. ESRS 1 — Algemene Vereisten: ESRS 1 is geen informatieverschaffingsstandaard maar een raamwerkstandaard die de architectuur en principes van ESRS-rapportage toelicht. Het definieert kernbegrippen: materialiteit (dubbele materialiteit — impact-materialiteit en financiële materialiteit), waardeketen (upstream leveranciers, eigen activiteiten, downstream klanten), tijdshorizonten (kort: tot 1 jaar; middellang: 1-5 jaar; lang: meer dan 5 jaar) en de relatie tussen ESRS en andere raamwerken. ESRS 1 bepaalt ook dat bedrijven moeten rapporteren in hun bestuursverslag (geen apart duurzaamheidsverslag), duurzaamheidsinformatie moeten integreren met financiële informatie en connectiviteit moeten waarborgen tussen de duurzaamheidsverklaring en de jaarrekening. ESRS 1 verplicht het gebruik van redelijke en onderbouwde beschikbare informatie, inclusief informatie verkregen via stakeholderbetrokkenheid.
  2. ESRS 2 — Algemene Informatieverschaffing: ESRS 2 is de enige ESRS-standaard die volledig verplicht is ongeacht de uitkomst van de materialiteitsanalyse — alle bedrijven binnen de reikwijdte moeten alle onderdelen van ESRS 2 rapporteren. Het bestrijkt vier gebieden: (a) Governance — beschrijving van de rol van bestuurs-, directie- en toezichthoudende organen bij duurzaamheid, inclusief hoe duurzaamheid is geïntegreerd in toezicht, beloning en strategie; (b) Strategie — beschrijving van het bedrijfsmodel, de waardeketen, de duurzaamheidsstrategie en de doelstellingen; (c) Beheer van Impact, Risico's en Kansen — beschrijving van het proces voor het identificeren en beoordelen van materiële IRO's, inclusief het dubbele-materialiteitsproces; (d) Indicatoren en Doelstellingen — de algemene indicatorregels die van toepassing zijn op alle thematische ESRS. De ESRS 2-informatie is omvangrijk en vereist aanzienlijke voorbereiding: alleen al de governance-informatie kan meerdere pagina's beslaan voor een groot, complex bedrijf.
  3. E1 — Klimaatverandering: E1 zal voor de overgrote meerderheid van de bedrijven binnen de reikwijdte materieel zijn en bestrijkt drie subonderwerpen: mitigatie van klimaatverandering, adaptatie aan klimaatverandering en energie. Belangrijke informatie omvat: broeikasgasemissies — Scope 1 (direct), Scope 2 (energie-indirect) en Scope 3 (waardeketen) gemeten in CO2-equivalent tonnen volgens de GHG Protocol Corporate Standard; transitieplan voor decarbonisatie in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs (1,5°C-scenario); fysieke en transitierisico's en -kansen op het gebied van klimaat; energieverbruik en -mix (hernieuwbaar versus niet-hernieuwbaar); en activiteiten voor verwijdering en opslag van broeikasgassen. E1 is afgestemd op de TCFD-aanbevelingen en IFRS S2, wat betekent dat bedrijven die al rapporteren volgens TCFD aanzienlijk voorbereidend werk kunnen hergebruiken. De Scope 3-vereisten in E1 zijn echter gedetailleerder dan de meeste TCFD-kaders en bestrijken alle 15 categorieën van de GHG Protocol Scope 3 Standard.
  4. E2 — Verontreiniging: E2 bestrijkt verontreiniging van lucht, water en bodem en de productie van zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen (SVHC's onder de REACH-verordening 1907/2006). Belangrijke informatie omvat emissieniveaus naar lucht (NOx, SOx, fijnstof, vluchtige organische stoffen), water (stikstof, fosfor, zware metalen) en bodem; productie en beheer van zorgwekkende stoffen; en betrokkenheid van getroffen gemeenschappen nabij vervuilende faciliteiten. E2 is bijzonder relevant voor productie-, chemie-, mijnbouw-, landbouw- en energiebedrijven.
  5. E3 — Water en Mariene Hulpbronnen: E3 bestrijkt waterverbruik, -onttrekking en -lozing binnen de eigen activiteiten en de waardeketen, evenals impact op mariene hulpbronnen. Belangrijke informatie omvat: totaal waterverbruik en -onttrekking per bron; waterverbruik in gebieden met waterschaarste (bepaald met behulp van WRI Aqueduct of vergelijkbare tools); kwaliteit van waterlozing; en impact op mariene en zoetwaterbiodiversiteit als gevolg van de activiteiten van het bedrijf. E3 is ontworpen om aan te sluiten bij de EU-Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (2008/56/EG).
  6. E4 — Biodiversiteit en Ecosystemen: E4 is de meest complexe milieustandaard en degene waarvan de meeste bedrijven de materialiteit het lastigst vinden te beoordelen. Het sluit aan bij de TNFD en het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework (COP15, december 2022, waarin de 30x30-doelstelling werd vastgelegd). Belangrijke informatie omvat: directe oorzaken van biodiversiteitsverlies (landgebruikverandering, verontreiniging, overexploitatie, klimaatverandering, invasieve soorten); impact op en afhankelijkheid van biodiversiteit binnen de waardeketen; biodiversiteitsdoelstellingen; en bijdragen aan ecosysteemherstel. E4 vereist locatiespecifieke gegevens voor activiteiten in of nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden, wat een aanzienlijke gegevensuitdaging vormt voor bedrijven met geografisch verspreide activiteiten.
  7. E5 — Hulpbronnengebruik en Circulaire Economie: E5 bestrijkt de instroom van materialen (inclusief kritieke grondstoffen), producten en water; en de uitstroom als producten, bijproducten en afval. Belangrijke informatie omvat: materiaalverbruik (in tonnen), uitgesplitst naar hernieuwbaar en niet-hernieuwbaar; geproduceerd afval en afval verzonden naar verwijdering (stort, verbranding), recycling en terugwinning; productontwerp voor circulariteit; en strategieën om de levensduur van producten te verlengen en afval te verminderen. E5 sluit aan bij het EU-Actieplan voor de Circulaire Economie (2020) en de EU-Kaderrichtlijn Afvalstoffen (2008/98/EG).
  8. S1 — Eigen Personeel: S1 bestrijkt de eigen werknemers van het bedrijf en niet-werknemers (contractanten, uitzendkrachten, enz. die onder de zeggenschap van het bedrijf werken). Vereiste informatie: kenmerken van het personeelsbestand (aantal werknemers, arbeidscontracten, werktijden, loonkloof tussen mannen en vrouwen, diversiteit); arbeidsomstandigheden (gezondheid en veiligheid, werk-privébalans, beloning, sociale dialoog); en gelijke behandeling en kansen (discriminatie-incidenten, loongelijkheid). S1 is voor de meeste bedrijven de meest gegevensintensieve sociale standaard, met name de informatie over de loonkloof en diversiteit, die mogelijk gelijktijdig moet voldoen aan de EU-Richtlijn Loontransparantie (2023/970/EU).
  9. S2 — Werknemers in de Waardeketen: S2 bestrijkt werknemers in de upstream- en downstream-waardeketen die geen directe werknemers zijn — fabrieksarbeiders bij leveranciers, logistieke medewerkers, distributiepartners. Vereiste informatie omvat: materiële impact op arbeidsomstandigheden (lonen, werktijden, gezondheid en veiligheid) en mensenrechten in de waardeketen; due diligence-processen; en betrokkenheid van werknemers in de waardeketen. S2 vereist dat bedrijven hun toeleveringsketen in kaart brengen en due diligence op mensenrechten uitvoeren, in lijn met de EU-Richtlijn Duurzaamheidsdue Diligence voor Bedrijven (CSDDD, 2024/1760/EU), die vanaf 2027 due diligence vereist voor bedrijven die aan bepaalde omvangsdrempels voldoen.
  10. S3 — Getroffen Gemeenschappen: S3 bestrijkt gemeenschappen in de nabijheid van de eigen activiteiten en waardeketenactiviteiten van het bedrijf — inheemse volkeren, lokale gemeenschappen nabij winningslocaties, gemeenschappen die worden getroffen door infrastructuurprojecten. Vereiste informatie omvat: materiële impact op de gezondheid, veiligheid, cultureel erfgoed en bestaansmiddelen van gemeenschappen; processen voor betrokkenheid van gemeenschappen; en processen voor vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (FPIC) waar van toepassing. S3 is het meest relevant voor de winningsindustrie, de bouw, infrastructuur en bedrijven met aanzienlijk landgebruik.
  11. S4 — Consumenten en Eindgebruikers: S4 bestrijkt de impact van het bedrijf op de gezondheid, veiligheid, privacy en financieel welzijn van zijn klanten en eindgebruikers. Vereiste informatie omvat: productveiligheidsincidenten; datalekken; verantwoorde marketingpraktijken; en toegang tot producten en diensten. S4 sluit aan bij de EU-Verordening Algemene Productveiligheid (2023/988/EU), de EU AI-verordening (2024/1689/EU) voor AI-producten en de AVG (2016/679/EU).
  12. G1 — Bedrijfsgedrag: G1 bestrijkt de governance, bedrijfscultuur, anticorruptie, lobbypraktijken en betalingspraktijken van het bedrijf. Vereiste informatie omvat: bedrijfscultuur en ethische beleidslijnen; anticorruptie-incidenten en uitkomsten; politieke bijdragen en lobbyuitgaven; betalingspraktijken (gemiddelde betaaltermijn aan leveranciers, percentage facturen betaald na de contractuele termijn); en klokkenluidersmechanismen. G1 sluit aan bij de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en de EU-Antiwitwasrichtlijn.

Vereiste documentatie voor ESRS-rapportage

  • Documentatie dubbele-materialiteitsanalyse (DMA): Het proces, de methodologie, de uitgevoerde stakeholderbetrokkenheid, de lijst met materiële onderwerpen met onderbouwing en de lijst met niet-materiële onderwerpen met onderbouwing. Dit is het fundamentele document — het bepaalt welke thematische ESRS van toepassing zijn en wat het bedrijf moet rapporteren. EFRAG heeft richtsnoeren gepubliceerd over hoe een DMA moet worden uitgevoerd (EFRAG IG 1, mei 2023).
  • Waardeketenanalyse: Documentatie van de upstream (toeleveringsketen) en downstream (distributie, gebruik, einde levensduur) waardeketen van het bedrijf, waarbij belangrijke actoren, geografieën en duurzaamheidsrisico's in elke fase worden geïdentificeerd. Vereist voor ESRS 1 (definitie waardeketen), S2 (werknemers in de waardeketen) en E4 (biodiversiteit in de waardeketen).
  • Broeikasgasinventarisatie (Scope 1, 2 en 3): Een volledige broeikasgasinventarisatie volgens de GHG Protocol Corporate Standard, inclusief basisjaargegevens, methodologie, rekentools en uitsplitsing van Scope 3-categorieën. Vereist voor E1 en steeds vaker verwacht door investeerders en klanten, zelfs voor bedrijven die nog niet binnen de reikwijdte van de CSRD vallen.
  • Beleid, doelstellingen en actieplannen per materieel onderwerp: Voor elke ESRS die als materieel is geïdentificeerd, moet het bedrijf zijn beleid (waartoe het zich verbindt), zijn doelstellingen (meetbare doelen met termijnen) en zijn actieplannen (hoe het de doelstellingen zal bereiken) documenteren. Deze moeten op bestuursniveau worden beoordeeld en goedgekeurd.
  • Gegevensverzamelingssystemen en controles: Bewijs dat de gegevens die worden gebruikt in de duurzaamheidsverklaring worden verzameld via betrouwbare systemen met passende controles, in overeenstemming met de vereisten voor beperkte of redelijke zekerheid. De assurance-verlener toetst deze systemen als onderdeel van de opdracht.
  • Overzicht van stakeholderbetrokkenheid: Documentatie van de betrokkenheid van werknemers, werknemers in de waardeketen, gemeenschappen, klanten en investeerders — vereist door ESRS 2 (materialiteitsproces) en de afzonderlijke thematische ESRS. Bevat overzichten van consultatie, dialoog en de uitkomsten van betrokkenheid in termen van herziene beoordelingen of beleid.

Gefaseerde invoering CSRD: tijdlijn

GolfBedrijven binnen reikwijdteEerste rapportagejaarEerste publicatie
Golf 1Grote OOB's >500 werknemers (voormalige NFRD-reikwijdte)Boekjaar 20242025
Golf 2Grote bedrijven (≥2 van: balans >€25M, omzet >€50M, werknemers >250)Boekjaar 20252026
Golf 3Beursgenoteerd MKB (met opt-out tot boekjaar 2028)Boekjaar 20262027
Golf 4Niet-EU-bedrijven (omzet >€150M in EU + EU-dochter/bijkantoor)Boekjaar 20282029
Assurance: BeperktAlle bedrijven binnen reikwijdte vanaf Golf 1Vanaf boekjaar 2024Verplicht jaar 1
Assurance: RedelijkAlle bedrijven binnen reikwijdteBoekjaar 2028 (onder voorbehoud)Onder voorbehoud van herziening Commissie

IgeraRegTech automatiseert CSRD/ESRS-compliancevragen — uw team kan vragen welke ESRS van toepassing zijn, welke gegevens nodig zijn voor E1, hoe een dubbele-materialiteitsanalyse wordt uitgevoerd, en antwoorden krijgen met verwijzing naar het exacte artikel van de regelgeving. Vraag een demo aan →

Veelgemaakte Fouten bij ESRS-implementatie

  • Fout 1 — Beginnen met gegevensverzameling vóór voltooiing van de DMA: Veel bedrijven haasten zich om duurzaamheidsgegevens te verzamelen voordat ze een robuuste dubbele-materialiteitsanalyse hebben voltooid. Dit leidt tot het verzamelen van gegevens over niet-materiële onderwerpen, terwijl gegevens over materiële onderwerpen ontbreken. De DMA moet als eerste komen — deze bepaalt precies welke gegevens u moet verzamelen. EFRAG's Implementatierichtsnoer 1 (IG 1) biedt een stapsgewijze methodologie voor de DMA.
  • Fout 2 — ESRS 2 als optioneel behandelen: ESRS 2 Algemene Informatieverschaffing is verplicht voor alle bedrijven binnen de CSRD-reikwijdte, ongeacht de uitkomst van de DMA. In tegenstelling tot de thematische ESRS (E1-E5, S1-S4, G1), die alleen van toepassing zijn op materiële onderwerpen, moet ESRS 2 volledig worden gerapporteerd. Veel bedrijven gaan er ten onrechte van uit dat ze hun rapportage kunnen beperken op basis van materialiteit — maar ESRS 2 is altijd verplicht.
  • Fout 3 — ESRS verwarren met GRI — ze zijn niet hetzelfde: Hoewel ESRS en GRI aanzienlijke overlap hebben (EFRAG heeft met GRI samengewerkt om ze op elkaar af te stemmen), zijn ze niet gelijkwaardig. Een GRI-conform verslag voldoet niet automatisch aan de ESRS-vereisten. Belangrijke verschillen: ESRS vereist dubbele materialiteit (GRI gebruikt alleen impact-materialiteit); ESRS schrijft specifieke kwantitatieve indicatoren voor die GRI flexibeler laat; ESRS vereist verificatie door derden (GRI niet). Een volledige gap-analyse tussen bestaande GRI-verslagen en ESRS is essentieel.
  • Fout 4 — De gegevensuitdagingen van Scope 3 onderschatten: E1 vereist informatieverschaffing over Scope 3-broeikasgasemissies in alle 15 categorieën van de GHG Protocol Scope 3 Standard. Het verzamelen van betrouwbare Scope 3-gegevens — met name voor categorie 1 (aangekochte goederen en diensten), 11 (gebruik van verkochte producten) en 15 (investeringen) — is een van de grootste praktische uitdagingen van CSRD-naleving. Bedrijven die hun Scope 3-gegevensverzameling nog niet zijn gestart tegen boekjaar 2024 (golf 1) of boekjaar 2025 (golf 2) zullen aanzienlijke last-minute uitdagingen tegenkomen.

Voor meer informatie en een naslaggids over dit vakgebied, bezoek onze Igera pillar-pagina.

Veelgestelde Vragen

Zijn alle 12 ESRS verplicht?

Niet alle 12 ESRS zijn verplicht voor elk bedrijf. ESRS 1 (Algemene Vereisten) geldt als raamwerk voor alle bedrijven. ESRS 2 (Algemene Informatieverschaffing) is de enige standaard die volledig verplicht is voor alle bedrijven binnen de reikwijdte, ongeacht de uitkomst van de materialiteitsanalyse. De 10 thematische ESRS (E1-E5, S1-S4, G1) gelden alleen voor bedrijven die deze als materieel identificeren via de dubbele-materialiteitsanalyse — een bedrijf in een dienstensector met lage vervuiling zou redelijkerwijs kunnen concluderen dat E2 (Verontreiniging) niet materieel is, in welk geval het niet hoeft te rapporteren over E2 (maar de onderbouwing moet wel worden gedocumenteerd in de DMA).

Wat is het verschil tussen ESRS 1 en ESRS 2?

ESRS 1 (Algemene Vereisten) is een raamwerkstandaard — het bevat geen specifieke informatieverschaffingsvereisten, maar legt de algehele architectuur, principes en definities van ESRS-rapportage vast: wat dubbele materialiteit betekent, hoe de waardeketen wordt gedefinieerd, welke tijdshorizonten van toepassing zijn, hoe ESRS zich verhoudt tot andere raamwerken (GRI, TCFD, ISSB) en de algemene presentatievereisten. ESRS 2 (Algemene Informatieverschaffing) is een informatieverschaffingsstandaard met specifieke datapunten die alle bedrijven binnen de reikwijdte moeten rapporteren: governance-informatie (toezicht van het bestuur op duurzaamheid), strategie-informatie (bedrijfsmodel, waardeketen, duurzaamheidsrisico's en -kansen), IRO-beheerinformatie (proces van de materialiteitsanalyse) en algemene indicatorinformatie (van toepassing op alle thematische ESRS).

Hoe sluit ESRS aan bij GRI?

EFRAG en GRI hebben samengewerkt om de afstemming tussen ESRS en GRI-standaarden te maximaliseren om de rapportagelast te minimaliseren voor bedrijven die al GRI gebruiken. Veel ESRS-informatieverschaffingsvereisten komen direct overeen met GRI-informatie: ESRS E1 sluit nauw aan bij GRI 302 (Energie) en GRI 305 (Emissies); ESRS S1 sluit aan bij GRI 401-407 (Werkgelegenheid, Arbeidsverhoudingen, Gezondheid en Veiligheid op het Werk, Training, Diversiteit); ESRS G1 sluit aan bij GRI 205 (Anticorruptie) en GRI 415 (Publiek Beleid). De afstemming is echter niet volledig: ESRS voegt financiële materialiteit (impact op het bedrijf) toe aan het impact-materialiteitskader van GRI, en ESRS heeft specifieke kwantitatieve indicatoren die GRI-standaarden niet altijd vereisen. Bedrijven die GRI gebruiken kunnen hun ESRS-implementatie-inspanning aanzienlijk verminderen, maar een gap-analyse blijft altijd noodzakelijk.

Wanneer wordt assurance verplicht?

Beperkte zekerheid over de duurzaamheidsverklaring is verplicht vanaf het eerste jaar van CSRD-rapportage — boekjaar 2024 voor golf 1-bedrijven (voormalige NFRD-reikwijdte), boekjaar 2025 voor golf 2, boekjaar 2026 voor golf 3 (beursgenoteerd MKB). Redelijke zekerheid (een hogere standaard, vergelijkbaar met de controle van financiële jaarrekeningen) zal naar verwachting verplicht worden vanaf boekjaar 2028, onder voorbehoud van een herziening door de Europese Commissie. De ISSA 5000-standaard van de IAASB (International Standard on Sustainability Assurance) is bedoeld als basis voor CSRD-assuranceopdrachten vanaf 2026. In Nederland houdt de AFM toezicht op zowel de rapportageverplichtingen als de kwaliteit van de assurancedienstverlening door accountantsorganisaties.

Kunnen MKB-bedrijven een vereenvoudigde standaard gebruiken?

Ja. Beursgenoteerde MKB-bedrijven binnen de CSRD-reikwijdte (golf 3, vanaf boekjaar 2026) kunnen de VSME gebruiken (Voluntary Sustainability Reporting Standard for SMEs), ontwikkeld door EFRAG op verzoek van de Europese Commissie. De VSME is aanzienlijk eenvoudiger dan de volledige ESRS, met minder en minder gedetailleerde informatieverschaffingsvereisten. Niet-beursgenoteerd MKB valt niet direct binnen de CSRD-reikwijdte, maar wordt steeds vaker gevraagd duurzaamheidsgegevens te verstrekken aan hun grote zakelijke klanten, die deze nodig hebben voor hun eigen Scope 3- en waardeketeninformatie (ESRS E1, S2).

Wat is de relatie tussen ESRS en IFRS S1/S2?

ESRS en IFRS S1/S2 (de ISSB Sustainability Disclosure Standards, uitgegeven in juni 2023) dienen verschillende doelen en hebben verschillende reikwijdtes. IFRS S1 en S2 richten zich primair op financiële materialiteit — de impact van duurzaamheidskwesties op de financiële positie van het bedrijf — en worden wereldwijd op vrijwillige basis overgenomen door kapitaalmarktregulators (IOSCO beveelt overname aan). ESRS gebruikt dubbele materialiteit (zowel financiële als impact-materialiteit) en is verplicht gesteld door EU-wetgeving voor alle grote bedrijven in de EU. EFRAG en ISSB hebben gewerkt aan afstemming van ESRS E1 met IFRS S2 (beide bestrijken klimaat), zodat bedrijven die ESRS E1 rapporteren een groot deel van hun IFRS S2-vereiste kunnen vervullen. Het omgekeerde geldt echter niet: IFRS S2 alleen voldoet niet aan ESRS E1 vanwege de aanvullende impact-materialiteitsinformatie van ESRS.

Besteedt uw complianceteam uren aan het uitzoeken van ESRS-vereisten? IgeraRegTech geeft direct antwoord op elke ESRS-standaard, met verwijzing naar het exacte artikel van Gedelegeerde Verordening 2023/2772. 24/7 beschikbaar voor uw ESG- en juridische teams. Bekijk een live demo →

Conclusie

Het ESRS-raamwerk vertegenwoordigt het meest ambitieuze verplichte regime voor duurzaamheidsrapportage van bedrijven ter wereld. Door verplichte duurzaamheidsrapportage uit te breiden naar naar schatting 50.000 EU-bedrijven — tegenover de 11.700 die eerder onder de NFRD vielen — en door dubbele-materialiteitsanalyse, verificatie door derden en connectiviteit met de jaarrekening te vereisen, heeft de EU een wereldwijde norm gesteld die andere rechtsgebieden beginnen te volgen. Bedrijven in het VK (met toekomstige ISSB-afgestemde rapportagevereisten), Australië, Japan, Singapore en de VS (SEC-klimaatinformatieregels) bewegen zich allemaal in dezelfde richting, hoewel doorgaans met een smallere focus op financiële materialiteit.

Voor golf 2-bedrijven (eerste rapportage boekjaar 2025, gepubliceerd in 2026) is het voorbereidingsvenster nu zeer krap. De dubbele-materialiteitsanalyse, Scope 3-gegevensverzameling, waardeketenanalyse, beleidsontwikkeling en assurancegereedheid moeten allemaal gelijktijdig worden aangepakt. Bedrijven die hun ESRS-implementatie nog niet zijn gestart, moeten prioriteit geven aan: (1) het uitvoeren van een DMA om materiële onderwerpen te identificeren; (2) beginnen met ESRS 2 (altijd verplicht) en E1 (bijna altijd materieel); (3) hun externe accountant vroegtijdig betrekken om de assurancevereisten te begrijpen.

De complexiteit en breedte van de ESRS-vereisten maken RegTech-oplossingen — tools die compliancemonitoring automatiseren, interne vragen over specifieke ESRS-datapunten beantwoorden en regelgevende updates volgen — een steeds waardevoller onderdeel van de duurzaamheidsrapportage-infrastructuur voor elk bedrijf binnen de reikwijdte.

Laatst bijgewerkt: juli 2026 | Bronnen: CSRD Richtlijn 2022/2464/EU; Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2772 van de Commissie; EFRAG ESRS-standaarden (december 2023); EFRAG IG 1 (mei 2023); AFM CSRD-richtsnoeren | Auteur: Team IgeraSolutions | IgeraRegTech — 14 dagen gratis proberen.

#ESRS standaarden overzicht#CSRD ESRS 2026#dubbele materialiteit ESRS#ESRS E1 klimaat#AFM CSRD toezicht

COMPARTIR

Comparte el conocimiento con tu red