Gevaarlijke Stoffen en Etikettering in de Industrie: CLP-verordening
De CLP-verordening (EU-verordening 1272/2008, Classification, Labelling and Packaging) verplicht fabrikanten, importeurs en leveranciers om gevaarlijke stoffen en mengsels correct te classificeren, te etiketteren met GHS-gevarenpictogrammen en te voorzien van een veiligheidsinformatieblad (VIB). Als EU-verordening geldt de CLP rechtstreeks in Nederland, zonder dat daarvoor een aparte Nederlandse wet nodig is. Voor industriële bedrijven staat CLP naast, maar niet in de plaats van, de RI&E-verplichting rond blootstelling aan gevaarlijke stoffen op de werkvloer.
Een praktische uitleg voor industriële bedrijven in Nederland: wat de CLP-verordening precies vraagt, hoe classificatie en etikettering in elkaar zitten, en hoe dit zich verhoudt tot de RI&E en de opslag van gevaarlijke stoffen.
Wat is de CLP-verordening precies?
CLP staat voor Classification, Labelling and Packaging en is vastgelegd in EU-verordening 1272/2008. Het doel is simpel te formuleren, maar de uitwerking is technisch: iedereen in de EU die chemische stoffen of mengsels op de markt brengt, moet dezelfde gevarenclassificatie en dezelfde etiketteringsregels gebruiken. Dat systeem is gebaseerd op het wereldwijd geharmoniseerde GHS-systeem (Globally Harmonised System), dat de EU met CLP in eigen wetgeving heeft omgezet.
Omdat het om een verordening gaat en niet om een richtlijn, is er geen Nederlandse implementatiewet nodig. De verordening werkt rechtstreeks door in de Nederlandse rechtsorde, op dezelfde manier als in Duitsland, België of Frankrijk. Voor een productiebedrijf in Nederland betekent dit dat de verplichtingen uit CLP gewoon gelden, ook als er geen specifieke Nederlandse wettekst is die "CLP" letterlijk noemt.
De drie bouwstenen: classificatie, etikettering, VIB
In de praktijk komt CLP neer op drie samenhangende verplichtingen voor wie gevaarlijke stoffen of mengsels levert.
1. Classificatie
Voordat een stof of mengsel op de markt komt, moet de leverancier beoordelen of het gevaarlijke eigenschappen heeft: ontvlambaar, corrosief, giftig, kankerverwekkend, schadelijk voor het aquatisch milieu, en zo verder. Die beoordeling volgt vaste criteria uit de verordening en resulteert in een of meer gevarenklassen en -categorieën.
2. Etikettering met GHS-pictogrammen
Op basis van de classificatie krijgt het etiket verplichte elementen: een of meer gevarenpictogrammen (de bekende rood omrande ruiten), een signaalwoord ("Gevaar" of "Waarschuwing"), gevarenaanduidingen (H-zinnen) en voorzorgsmaatregelen (P-zinnen). Wie op de werkvloer met vaten, jerrycans of IBC's werkt, herkent deze pictogrammen meteen — dat herkenbaarheidsdoel is precies waarom het systeem EU-breed is geharmoniseerd.
3. Veiligheidsinformatieblad (VIB/SDS)
Naast het etiket moet de leverancier bij gevaarlijke stoffen en mengsels een veiligheidsinformatieblad verstrekken (ook wel SDS, Safety Data Sheet, genoemd). Dit document — met de vaste indeling van zestien rubrieken — bevat onder meer samenstelling, gevaren, eerstehulpmaatregelen, brandbestrijdingsmaatregelen, hanterings- en opslagvoorschriften en persoonlijke beschermingsmiddelen. Voor een industrieel bedrijf is het VIB de basis waarop de eigen risicobeoordeling en werkinstructies worden gebouwd.